Lily

Lily

‘Ik heb vier jaar in het jeugdtehuis verbleven, tussen 1969 en 1973. Toen ik negen jaar was werd mijn pleegmoeder ernstig ziek. Ze had kanker. Mijn pleegvader kon niet voor me zorgen. Daarom moest ik naar het tehuis. Die jaren hebben mij gebroken’, zegt Lily. Telkens als ze erover vertelt, krijgt ze nog koude rillingen.

Marie’s kinderen hebben een volmacht en nemen regelmatig geld van de rekening. Nemen ze gewoon een voorschot op de erfenis of is dit economisch geweld?
Lily*

 ‘De directrice was zuster L. We moesten haar “tante” noemen, maar ze was de duivel. De eerste avond al kreeg ik mijn eerste zweepslag. De reden? We waren in de slaapzaal wat te veel aan het praten en het lachen. Dat mocht niet. De nonnen pikten er enkele kinderen uit, zetten ons op de gang waar we ons broekje moesten laten zakken. Ze gingen gewoon het rijtje af. De zweep noemden ze de martinet (een houten stok met leren riemen, red.).’

‘Die eerste zweepslag heeft mijn leven verwoest. Die nacht begon ik te bedwateren. Mijn natte ondergoed en lakens werden in mijn gezicht gegooid. Ik kreeg klappen en werd door elkaar geschud. Dat ging zo vier jaar door. Vaak moest ik in mijn natte ondergoed naar school. De zuster zei steeds dat ik met opzet in mijn bed plaste om haar te pesten. En dat ik het zo wel zou afleren.’

Beschimmeld brood

‘De nonnen hadden de vreemdste straffen’, zegt Lily. ‘Zo haalden ze soms de matras uit je bed. Dan moest je op de vering gaan zitten en sprong een non boven op jou. Ze riep: “Nu gaat ge eens voelen wat pijn is”.’

Het grootste deel van de dag zaten de kinderen in wat Lily beschrijft als ondergrondse kelders waar de ramen dichtgetimmerd waren. ‘We moesten er ons huiswerk maken. Er kwam geen streepje daglicht binnen. Ik herinner me dat buiten een tuin was, waar een schommel stond. Ik heb er nooit opgezeten. We mochten zelden buiten komen, behalve als we de bus moesten nemen naar het schooltje niet ver daarvandaan.’

‘Kinderen die kotsten, moesten als straf hun eigen braaksel opeten. Als je de boterhammen die je naar school meekreeg, niet opat, dan dwongen de nonnen je om ze op te eten, ook al was het brood beschimmeld. Ze sloegen je, knepen je neus dicht en duwden het brood in je mond. Ik heb het meermaals ondergaan. Ik kan het nauwelijks verwerken.’

‘Gewassen werden we een keer in de week. En als we ons mochten wassen, moest dat altijd snel gebeuren. We mochten ook alleen naar het toilet als we toestemming kregen, niet op het moment dat we hoognodig naar het toilet moesten gaan.’

‘Ik durfde al eens te slaapwandelen. Dan werd ik bruut wakker gemaakt of met een harde duw op de grond gegooid. Ik hoorde ’s nachts niet rond te spoken, zeiden ze.’

Liefde en affectie heeft Lily in het tehuis nooit gekregen. Toen haar pleegmoeder stierf, werd ze niet eens getroost. ‘Integendeel, ik was geen normaal kind omdat ik zo treurde om die vrouw. Toen mijn pleegvader merkte dat het niet goed met me ging, heeft hij aan zuster L. gevraagd wat er in het tehuis allemaal gebeurde. Daarna mocht hij me maandenlang niet bezoeken. Dat gevoel van eenzaamheid is al die jaren alsmaar groter geworden. De angst ook.’

Facebookgroep

Lily voelt zich niet alleen in de steek gelaten door de nonnen, ook door de jeugdbescherming. ‘Ik was zogezegd een onhandelbaar kind. De jeugdrechter trapte altijd in die leugens.’

‘Op een dag in 1973 stond mijn koffer klaar in de gang. Zuster L. vertelde me dat ik weg moest. Ze zei er nog bij dat ik dezelfde weg zou bewandelen als mijn moeder en mijn zusters. Ik begreep eerst niets van haar woorden. Pas later besefte ik dat de ouders die me als kind hadden opgevoed, niet mijn echte ouders waren, maar mijn pleegouders. Toen is het weglopen begonnen. Toen ik achttien was, ben ik naar Nederland verhuisd. Ik had geen familie meer in België. Hier woonden alleen mensen die me hadden geslagen.’

 

‘Het is pas de jongste maanden dat ik openlijk met iemand durf te praten over wat ik heb meegemaakt. Ik heb contact gezocht met andere vrouwen die in het tehuis hebben gezeten. We hebben een besloten Facebookgroep opgericht, waar we ons leed kunnen delen. We hebben allemaal hetzelfde meegemaakt.’

De Standaard 28 april 2013 - 27/04/2013 | Yves Delepeleire


Bel en mail

In alle
vertrouwen

1712 is telefonisch te bereiken op het nummer 1712. Daarna kies je je provincie en je wordt doorverbonden.
Het gesprek is gratis. Het gesprek is discreet: jouw oproep naar 1712 verschijnt niet op de telefoonrekening en je hoeft niet te zeggen wie je bent.



Wat kan jij doen?

Ik maak geweld mee

Ik maak geweld mee

Niemand hangt graag de vuile was buiten. We voldoen allemaal liever aan het mooie plaatje van een gelukkig, vreedzaam, liefdevol...

Ik heb het geweld gezien of gehoord

Ik heb het geweld gezien of gehoord

Eigenlijk zou je het liever niet weten, wat er zoal gebeurt bij de buren, Maar eenmaal je toch iets weet, is er geen weg terug. Niets doen...

Ik sla. Met wie kan ik hierover praten?

Ik sla. Met wie kan ik hierover praten?

Soms groeien alle zorgen je boven het hoofd, wordt het allemaal teveel. Soms raak je de controle kwijt en begin je te slaan, ook op wie je...



22/11/2017

Campagne #VERTEDERDVERNEDERD doorbreekt taboe rond emotioneel misbruik in relaties

Naar aanleiding van de Internationale dag tegen intrafamiliaal geweld roept De Beweging tegen Geweld – vzw...

13/06/2017

Nieuwe campagne 1712: tegen partnergeweld bij ouderen

Er heerst een taboe bij het bespreekbaar maken van partnergeweld bij ouderen. De nieuwe campagne van 1712 richt zich...

26/01/2017

Slachtoffers van historisch seksueel misbruik kunnen met hun verhaal terecht bij een erkennings- en bemiddelingscommissie

Persbericht 26 januari 2017 - departement Welzijn Volksgezondheid en Gezin.
De huidige berichtgeving rond de...